
Trouwen in eigen dorp mogelijk vanaf 10 april a.s.
Tot nu gold in de gemeente Opsterland, dat een burgerlijk huwelijk alleen voltrokken kon worden in het Lyclamahûs in Beetsterzwaag. De regels zijn nu anders en er kan o.a. een huwelijk voltrokken worden in de Witte Kerk. Het voornemen moet natuurlijk nog wel kenbaar gemaakt worden in
het gemeentehuis, maar daar kan men aangeven waar men wil trouwen. De kerkelijke inzegening van het huwelijk, dat altijd al mogelijk was in de Witte Kerk, kan daar eveneens plaatsvinden.
We zijn reuze benieuwd wie als eerste Hemriker in eigen dorp trouwt!
De oorsprong van de Witte Kerk van Hemrik.
Hemrik werd lang geleden ook wel De Hem(e)rick(en) genoemd.
In oude geschriften wordt al vermeld, dat er in 1315 een kapelletje stond.
Op de fundamenten van een middeleeuws kerkje werd in 1739 de huidige kerk gebouwd.
Voor deze gepleisterde driezijdig gesloten zaalkerk is waarschijnlijk gebruik gemaakt
van het muurwerk van de oude aan St. Andreas gewijde kerk.
In de kerk is een 17e eeuwse preekstoelkuip.
Het gebouw staat op de monumentenlijst van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
Het orgel is een gedeelte van een orgel uit Woudsend, gebouwd door Bakker en Timmenga in 1940.
Dit orgel moet door twee personen “bespeeld” worden: de organist en de “pûstertraper” voor de blaasbalg.
De klokkenstoel en de grafkelder.
In 1739 werd de verbouwde kerk ingewijd door Ds. Nicolai.
Een toren kon er in de achttiende eeuw kennelijk niet meer af,
maar er stond ook al een klokkenstoel met twee klokken.
‘Sanctus Andreas is myn naem
Myn gheludt sy gode bequaem
Gerhardus de Wou me fecit’
Anno domini MCCCCXCIV (1494)
In 1727 kwam er een tweede klok. De klokkenstoel stond aan de straatkant van de kerk.
In 1921 werd besloten dat de klokkenstoel vervangen en verplaatst moest worden naar
de achterkant van de kerk, maar dan met één klok en wel de eerste.
In ruil voor de bouw van een nieuwe klokkenstoel, ontving Opsterland de kleine klok.
Het was de bedoeling, dat de klok naar Nij Beets zou verhuizen, maar om duistere redenen
kwam deze in het torentje van de nieuwe begraafplaats van Gorredijk terecht. I
n 1943 werd deze klok door de Duitsers gevorderd en omgesmolten.
De grote broer in Hemrik werd vanwege de grote historische waarde gespaard.
De klokkenstoel is in 1987 weer gerestaureerd en de klok wordt nu alle werkdagen
om 12 uur door vrijwilligers beurtelings geluid.
Op 10 april 1945 stortte er een Engels jachtvliegtuig neer. De piloot overleefde dit niet.
De mensen namen aan dat het een Engelse piloot was.
Bij de teraardebestelling werd door ds. Hoving daarom het Onze Vader in het Engels gebeden.
Naast de begraafplaats bevindt zich de familiebegraafplaats van de familie Van der Sluis
met de grafkelder die in 1860 in opdracht van Jan Alles v.d. Sluis gebouwd is.
Als eerste werd voornoemde J.A. v.d. Sluis hierin bijgezet en als één van de laatsten Engbert Piers v.d. Sluis.
Er liggen in totaal 36 personen in deze grafkelder.
Naast de grafkelder ligt een gedenkplaat met de stamboom van de familie.
In de naaste omgeving van de grafkelder zijn latere leden van deze familie begraven.
De restauratie van de Witte Kerk 2001/2002
Op 30 maart 2001 startte de feitelijke restauratie van de kerk.
De plannen hiervoor werden door architectenbureau Kijlstra en Brouwer definitief uitgewerkt.
Deze werden voor subsidie naar Rijksmonumentenzorg gezonden.
Er kwam een gunstige beslissing, maar er moest binnen drie maanden begonnen worden met de restauratie.
In die periode moest er nog heel wat gebeuren.
Een en ander kwam voor elkaar en op 30 maart 2001 werd begonnen met het werk.
Het streven was er op gericht om voor de bouwvak klaar te zijn met de buitenkant van de kerk.
Na die tijd zou men doorgaan met de binnenzijde.
Het rustige kerkhof veranderde in een bedrijvige bouwplaats.
De grafzerken werden afgedekt en er kwam een steiger rondom de kerk.
De ramen werden verwijderd en ook de goten verdwenen.
Tenslotte gingen alle dakpannen van de kerk. Toen ook het stucwerk was verwijderd,
was het aanzien van de kerk niet om vrolijk van te worden.
Het interieur van de kerk veranderde ook al snel doordat alle banken en het koorhek verwijderd werden
om bij de ankers te kunnen komen, die dwars door de muur staken.
Ook het orgel werd ontmanteld en alle orgelpijpen werden elders opgeslagen.
De bouw was in volle gang.
Het doel om voor de bouwvak 2001 de restauratie van het exterieur te voltooien werd nagenoeg gehaald.
Na de bouwvak werd het stucwerk aan de buitenkant verder aangebracht en de steigers konden worden verwijderd.
In het voorjaar van 2002 werd de kerk gewit. Eerst moest de kalk in de specie verharden.
Er kwam namelijk geen saus weer op, maar een Keimlaag, een soort waterglas,
dat de specie wit laat verkleuren.
Materialen/ behandeling van onderdelen
Alle ijzer is naar de smid geweest: muurankers, duimen, luikhaken.
Deze heeft alles hersteld en verzinkt. Daarna is het ijzer in epoxyverf gezet.
Vervolgens werd het in een wasachtige canvas ingepakt en zo weer ingemetseld.
Normaal gebruikt de metselaar kalk in de specie.
Bij de kerk moest gebruik worden gemaakt van schelpkalk.
Dit wordt verkregen wanneer schelpen worden gebrand en ze vervolgens uiteenvallen
tot kalk en kalkresten.
De laatste schelpenbranderij in Nederland was wegens milieu-omstandigheden een
jaar geleden gesloten. Na heel lang zoeken bleek in Duitsland nog ergens kalk voorhanden.
Ook de dakpannen gaven problemen. Men ging op zoek bij slopers en tweedehands dakpannenverkopers
om onze pan met één richeltje op te sporen.
Men vond er 200, de rest werd aangevuld met de vlakke Friese pan zonder richeltje.
Ook die zijn niet meer voorradig in Friesland, want de pannen zijn bij verschillende adressen bij elkaar “gesprokkeld.”
Toen de stuclaag was verwijderd, bleek het metselwerk, vooral in de westgevel,
in zeer slechte staat te verkeren.
De stenen konden zonder breekijzer uit de muur worden genomen.
Bijna had dat fatale gevolgen. Toen iemand per ongeluk tegen de rollaag boven op de gevel aankwam, stortte deze naar beneden. Er ontstonden gelukkig geen persoonlijke ongelukken.
Al met al was het duidelijk te zien waar het veel gelekt had en waar ijzer in de muur had gezeten. Op die plekken was het metselwerk gescheurd of verbrokkeld.
Restauratie tweede fase
In november 2001 werd een begin gemaakt met de tweede fase van de restauratie.
n die periode is de binnenkant van de kerk onderhanden genomen.
De bonte knaagkever moest zijn domicilie verlaten.
Vloeren, muren, plafond, lambrisering en preekstoel werden hersteld en een keukentje en toilet werden geplaatst.
Er is in die tijd ook onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke kleur en versiering van het plafond.
In de kerk hebben we verschillende kleuren gevonden. De kerk is niet vaak opnieuw geverfd.
In bijna 300 jaar ongeveer drie keer.
De eerste keer is dat gebeurd in een kleur blauw, die normaal was voor die tijd voor kerken.
Daarbij werd zelfs een soort S-versiering op de draagbalken gevonden.
De tweede verflaag stelde houtimitatie voor.
De laatste keer is er weinig aandacht aan de kleuren besteed.
Grijs en bruin werden gebruikt.
Nu is het gewelf blauw geschilderd. De koppen van de balken werden “Berlijns blauw”.
Het sierlijstje op de koppen van de balken is rood gekleurd.
Het interieur is in eikenmotief geschilderd.
De vloer tenslotte is donkerrood geworden.
Een deel van de vloer bestaat overigens uit rode plavuizen.
Historische gegevens op basis van restauratie
De muren van de kerk zijn gemiddeld 70 cm. dik.Hanna Visser onderzocht de gevelsteen. Daarop staat: “Huis Gods” en “Anno 1739”.
Er heeft meer opgestaan, maar in de roerige Franse tijd is dat er door
“Hemriker Patriotten”afgebeiteld.
Vanwege die actie kregen de Hemrikers de bijnaam “stientsjebikkers”.
De gevelsteen heeft haar oorspronkelijke kleuren weer gekregen.
Wat er vroeger is afgebeiteld blijft zo. Dat is zichtbaar gemaakt met verf.
De Hemrikers blijven dus “stientsjebikkers”.
Archeologisch onderzoek.
De kerk is gedeeltelijk ontgraven om de tegelvloer aan te leggen.
Het “Argeologysk Wurkferbân” van de Fryske Akademie is daarbij aanwezig geweest.
Onder het puin kwam de oude fundering van de vorige kerk te voorschijn.
Ook werden twee lemen vloeren van verschillend niveau blootgelegd.
In de lemen vloer van het laagste niveau werden twee vermoedelijke graven ontdekt.
In het koor lagen nog ongeveer 100 middeleeuwse tegeltjes, die geglazuurd waren.
Alles is op tekening gezet en er is niets verstoord: er is een laag geel zand over gelegd.
Het plan was om vloerverwarming aan te leggen, maar er is besloten dat alleen in het gangpad te doen.
De helft van de hoogst gelegen lemen vloer (aan de noordkant) moest anders ook worden
afgegraven om op niveau te komen.
In het puin zijn muntjes, scherven en ijzeren voorwerpen gevonden.
In een vitrinekast in de kerk zijn deze tentoongesteld.
Het meest opmerkelijke stuk is waarschijnlijk een gedeelte van een middeleeuwse kandelaar:
het is een bewerkt stukje rood aardewerk.

Tekening: Ali Fokkema
Uw bijdrage voor het verdere onderhoud is van harte welkom bij:
Stichting Beheer Witte Kerk
De Manege 6
8409 JR Hemrik.
Rekening: 36.31.57.042

Gemeente: Opsterland
Adres: Kerkhof, Binnenwei 22
Eigenaar: Gemeente Opsterland
foto: G.Mulder 28 december 2005
Materiaal stoel: Bilingahout
Kleuren stoel: Naturel bruin
Type kapvorm: Schilddak met witte schulprand
Dakbedekking: Grijze Hollandse pannen
Bouwjaar stoel: 1739
Fundering: Zes zware zwerfkeien
foto: G.Mulder 28 december 2005
Wordt geluid bij: Kerkdiensten, begrafenissen, jaarwisseling en dagelijks om 12.00 uur
Gietjaar klok: 1495
Gegoten door: Gerardus van Wou
Diameter klok: 99,5 cm
Gewicht klok: 560 kg
Click op de foto voor vergroting.